Gloeilampen

Gloeilamp

De gloeilamp is ooit de eerste stap geweest naar electrische verlichting. Na meerdere pogingen met verschillende materialen werd in 1910 de gloeilamp gemaakt zoals wij die heden ten dage kennen: met gloeidraden van wolfraam.

Werking

De gloeilamp werkt door het laten opgloeien van de gloeidraden van wolfraam die zich in de glazen ballon bevinden. Dit gebeurt simpelweg door er een electrische stroom doorheen te sturen. Er wordt voor de gloeidraden gebruik gemaakt van het metaal wolfraam omdat dit een metaal is met een zeer hoog smeltpunt, en derhalve kan de gloeidraad op een hoge temperatuur worden gebruikt. Dit komt ten goede aan de lichtopbrengst.

De glazen ballon die de gloeidraden afschermt voor de omgeving bevat zeer weinig zuurstof, dit om te voorkomen dat de gloeidraden gaan reageren, ofwel: verbranden. Vroeger werd dit bereikt door de glazen ballon vacuüm te trekken, maar later werd deze gevuld met edelgas: dit gas reageert niet of nauwelijks waardoor de gloeidraden niet kunnen verbranden.

Halogeenlamp

Halogeenlamp

In wezen is de halogeenlamp een variant op de gloeilamp: ook deze lamp heeft een met gas gevulde ballon met daarin een gloeidraad. Het grootste verschil met een normale gloeilamp is de bedrijfstemperatuur: de halogeenlamp wordt veel warmer waardoor de lamp een andere lichtkleur uitstraalt. Waar de gloeilamp relatief veel (voor mensen onzichtbaar) infrarood licht uitstraalt, heeft halogeenlicht een meer witte lichtkleur. Doordat er op deze manier meer 'bruikbaar' licht wordt gegenereerd, heeft de halogeenlamp een beter rendement: ruwweg zo'n 3 keer beter dan de gloeilamp.

De werking van de halogeenlamp is iets gecompliceerder dan die van de normale gloeilamp: ook in de halogeenlamp is er een gloeidraad, maar doordat de bedrijfstemperatuur veel hoger is dan die van de gloeilamp, zou dit de levensduur ernstig bekorten. De lamp beschikt echter over een 'zelfreparerend' systeem. De gloeidraad zal door de hoge temperatuur langzaam verdampen; deze materie slaat neer op de koudere delen van de lamp. Dit reageert echter met het halogeen in de lamp, en wordt in de hete delen van de lamp (de gloeidraad) weer ontleed in metaal en halogeen. Hierdoor 'groeit' de gloedraad als het ware weer aan, waardoor de levensduur wordt verlengd.

Rendement en levensduur

Halogeenlamp

Het rendement van de gloeilamp is slecht te noemen, zeker vergeleken met de alternatieven die er zijn. De gloeilamp heeft een rendement van rond de 5 %, wat wil zeggen dat slechts 5 % van de toegevoerde energie (in de vorm van electriciteit) wordt omgezet in licht; de rest verdwijnt in de vorm van warmte. Ter vergelijking: een spaarlamp heeft al snel een rendement van 40 %, die van TL-verlichting hangt rond de 65 %.

De levensduur van normale gloeilampen is zo'n 1.000 branduren; halogeenlampen gaan gemiddeld zo'n 2.000 uur mee.

Toepassingen

Gloeilampen worden nog steeds veel gebruikt in spots, bijvoorbeeld in theaters, of in ruimtes waar het licht slechts korte tijd aan staat, zoals op toiletten, bergruimte, etc. Gezien de ontwikkelingen op mileugebied en de reguleringen die daarmee samenhangen, zal de gloeilamp echter zijn langste tijd hebben gehad: vanwege het lage rendement en dus zijn milieu-onvriendelijkheid zal deze over niet al te lange tijd niet meer verkocht mogen worden. In de herfst van 2009 is de verkoop van 100 Watt gloeilampen verboden en vanaf 2012 zal een totaal verbod voor gloeilampen gelden. Het meest voor de hand liggende alternatief voor de gloeilamp is de spaarlamp.

Halogeenverlichting zal voorlopig nog wel gebruikt worden, en dan met name in spots, waar men een sterke bundel gericht licht nodig heeft, en in de sfeerverlichting, waar de lichtkleur van halogeenverlichting doorgaans als 'gezelliger' wordt gezien dan dat van spaarlampen. Momenteel wordt het marktaandeel van de halogeenlamp echter 'bedreigt' door LED-verlichting, wat energiezuiniger is.