.

Fors energie besparen en het kost: niks!

12 april 2013

Bij bedrijven in de VS en Duitsland is het razend populair: het uitbesteden van de energiediensten aan een Energy Service Company. Voorbeelden in Nederland zijn veelbelovend.

Wel de lusten, niet de lasten – zo presenteert de overheid de Esco. Esco staat voor Energy Service Company, in het Nederlands: energiedienstenleverancier. Het uitbesteden van energiediensten heeft zijn oorsprong in de VS en is daar – net als in Duitsland – erg populair. In Nederland is het sinds enkele jaren in opkomst. Wie het sportcentrum Schuttersveld aan de Crooswijksestraat in Rotterdam binnenloopt ziet het misschien niet, maar hier zijn het afgelopen jaar een aantal energiebesparende maatregelen genomen die de energiekosten met meer dan 30 procent omlaag brachten, en de onderhoudskosten met 15 procent. Glijbanen werden geïsoleerd, het zwembad wordt na sluitingstijd afgedekt en het zwemwater wordt gezuiverd waardoor minder vers water nodig is. Behalve sportcentrum Schuttersveld zijn er in Rotterdam volgens dezelfde budgetneutrale constructie nog acht andere zwembaden onder handen genomen. De energiebesparing is in gang gezet door de actieve opstelling van een Esco.

Esco’s zijn adviesbureaus die in opdracht van bedrijven de aanleg, het onderhoud en het beheer van de (klimaat-)installaties van gebouwen overnemen. Zij leveren een gegarandeerde energiebesparing, en nemen als de klant dat wil ook de financiering van de genomen maatregelen op zich. De opdrachtgever heeft dus niets temaken met investeringskosten.

Het energietarief blijft voor de klant hetzelfde, maar door energiebesparing zijn de feitelijke kosten lager.Deze baten gebruikt de Esco omde energiezuinigere installaties en het beheer daarvan te bekostigen. Door een andere manier van organiseren en financieren, blijken deze nieuwe vormen van innoveren goed mogelijk – ook in crisistijd.

„Het mooie is dat er geen subsidiepotje of pilot aan te pas hoeft te komen”, zegt Jacqueline Cramer, voorzitter van ESCoNetwerk.nl, in Cobouw. „Technisch is allang bewezen dat het kan en dat het voor de gebruiker geld oplevert,maar toch is er nog weinig beweging, omdat het wel een andere manier van organiseren vereist. Partijen blijven graag in hun vertrouwde hok zitten.” Voor veel instellingen ligt het voeren van een energiebeleid te ver van de kernbusiness, zegt adviseur Hans Korbee van AgentschapNL, een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken. „Een zwembad zal bijvoorbeeld alle aandacht in eerste instantie richten op het bieden van sportfaciliteiten. Dat er nog zoiets bestaat als energiebesparing is van een andere orde. Hetzelfde geldt voor de meeste kantoren – het zuinig omgaan met energie komt slechts zelden hoog op de agenda te staan. Dat is dan ook de reden dat het besparingsbeleid lang niet altijd van de grond komt.”

De filosofie rond het fenomeen Esco is enkele jaren geleden ontwikkeld binnen de Verenigde Staten. Het Empire State Building in New York is bijvoorbeeld doorgelicht door een Esco. Resultaat: een besparing van 5 procent op de energiekosten. De Esco’s zijn volgens Agentschap.nl in de VS zó succesvol, dat deze aanpak ook voor Nederland veel kansen biedt. Alleen al in de utiliteitsbouw zou op het energieverbruik 15 procent kunnen worden bespaard – de te nemen maatregelen zouden binnen vijf jaar terugverdiend zijn.

Dat wil niet zeggen dat de Amerikaanse aanpak op dezelfde manier kan worden toegepast in Nederland. „In het buitenlandheeft de vastgoedeigenaar in het algemeen veel meer belangstellingvoorhet onderwerpenergiebesparingdanin ons land, omdat daar de energiekosten verdisconteerd zijn in de vastgoedprijzen”, zegt Korbee. „Wij houdentot nu toe kale huur en de energiekosten gescheiden,wat tot gevolg heeft dat er weinig aandacht gaat naar de hoogte van het energieverbruik. Nu de energiekosten in het algemeen stijgen verandert de situatie overigenswel –hetbesef neemt toedat de energiekosteneen belangrijk rol in het totale budget kunnen spelen.”

Volgens Korbee is er inmiddels een groeiende belangstelling voor het concept Esco ontstaan, maar dan vooral in allerlei beleidsnotities. Het aantal gerealiseerde projecten blijft tot nu toe nog beperkt – al zijn er wel degelijk enkele grote projecten waar de Esco-formule is toegepast, zoals bij het IBM-hoofdkantoor in Amsterdam, het Olympisch zwembad ‘De Tongelreep’ in Eindhoven en de Rai in Amsterdam.

„Maar we hebben nog te veel een praktijk van bouwen en wegwezen”, zegt Korbee. „Het moet altijd goedkoop; op de geleverde kwaliteit let bijna niemand. Als bij een traditionele aanpak installaties na de oplevering bijvoorbeeld niet goed ingeregeld blijken te zijn, krijgt niemand hiervoor de rekening.”

Kleine, gespecialiseerde bedrijven domineren op ditmoment de groeiende markt voor energiediensten. Ook enkele energiedistributiebedrijven begeven zich op dit terrein, evenals adviseurs, installateurs en fabrikanten van energiebesparende installaties.

De Esco’s zijn er in soorten en maten. Zo bestaan er zeer grootschalige projecten, waarbij bijvoorbeeld naast het verbeteren van installaties ook de gehele energiehuishouding van een gebouw aan de orde komt, inclusief – bijvoorbeeld – de isolatie van de buitenkant van het gebouw. Maar ook kleinere projecten zijn mogelijk. Het in DenHaag gevestigde GreenFox richt zich bijvoorbeeld alleen op het renoveren van verlichting door de bestaande armaturen om te bouwen en geschikt temaken voor nieuwe energiezuinige lampen. „Van het totale stroomverbruik in Nederlandse gebouwen is circa 25 procent afkomstig van TL verlichting”, vertelt medeoprichter Renzo Deurloo van GreenFox. „Door de bestaande TL buizen te vervangen door T5 buizen [een energiezuinige TL buis, red.] valt er 30 tot 50 procent op de verlichtingskosten te besparen. De T5 buizen passen met enkele aanpassingen in principe in de bestaande TL armaturen.” Philips maakte gisteren bekend dat onderzoekers een zogenaamd TLED hebben ontwikkeld, ter vervanging van de traditionele TL verlichting. De nieuwe lamp produceert 200 lumen per watt aan wit licht van hoge kwaliteit, een verdubbeling in vergelijking met de traditionele TL buis. De TLED-lamp is tweemaal efficiënter en halveert in feite het energieverbruik. De TLED-lampen zijn bedoeld als vervanger voor de fluorescentiebuisverlichting (TL lampen) in kantoren en de industrie, die op dit moment meer dan de helft van de totale verlichting op de wereld uitmaakt. Verlichting is verantwoordelijk voor meer dan 19 procent van het totale elektriciteitsverbruik op de wereld. Alleen al in de VS verbruiken TL lampen jaarlijks ongeveer 200 terawatt aan elektriciteit. Als al deze lampen zouden worden vervangen door de nieuwe TLED-lampen, zouden de VS ongeveer 100 terawatt minder energie verbruiken – vergelijkbaar met de productie van 50 middelgrote energiecentrales. Dat zou een besparing opleveren van meer dan 12 miljard dollar en voorkomen dat 60 miljoen ton CO2 in de atmosfeer terechtkomt. Philips verwacht dat de nieuwe lamp in 2015 op de markt zal komen – eerst voor kantoor- en industrietoepassingen, later ook voor woningen. De levensduur van de lamp is 30.000 à 35.000 uur, tegen 10.000 à 15.000 uur bij een gewone TL buis. Hij zal, volgens Philips, „fractioneel duurder” zijn dan een normale ledlamp. Verlichting is verantwoordelijk voor meer dan 19 procent van het totale elektriciteitsverbruik op de wereld.

Deurloo noemt als voorbeeld een kantoorpand waar 1.100 armaturen zijn toegepast. GreenFox neemt samenmet de ABN Amro bank de investering voor zijn rekening, zodat de renovatie voor de opdrachtgever budgetneutraal verloopt. Dankzij de energiezuinige T5 lampen gaat de elektriciteitsrekening met bijna 30.000 euro per jaar omlaag. Daar staat gedurende vier jaar de jaarlijkse afbetaling van ongeveer 16.600 euro aan ABN Amro tegenover, zodat de klant er gedurende deze periode rond de 13.000 euro per jaar aan overhoudt. Vanaf het vijfde jaar vloeit het totale energiebesparingbedrag rechtstreeks in de kas van het betreffende bedrijf dat de Esco inhuurde.

Uit onderzoek blijkt dat in 2010 in 56 procent van de kantoren nog oudeTL-buizen hingen.Bij scholen ging het zelfs om 61 procent. Is er niet nog meer energetische winst te behalen door in plaats van een T5 buis een ledlamp te gaan gebruiken? Op termijn zal de ledlamp zeker een rol spelen, verwacht Deurloo, maar zover is het nog niet. Een van de bezwaren is in zijn ogen dat de lichtopbrengst per energie-eenheid (de zogeheten lumen-watt verhouding) van de ledlamp nog steeds een stuk lager is dan van de T5. Bovendien zijn de meeste bestaande armaturen ontworpen voor TL verlichting, en niet voor led. „Maar de technologie ontwikkelt zich snel”, aldus Deurloo. „De aanschafkosten zijn bijvoorbeeld nu nog hoog, waardoor de terugverdientijd lang is, maar ik verwacht dat op termijn de ledverlichting zeker terrein zal veroveren.”

Een Esco kan een fiscaal voordeel opleveren tot 10 procent van de investering, zo rekent Jan van Hout, directeur van OVVIA, een in Veldhoven gevestigde Esco, voor. Voordelen die terugvloeien naar de opdrachtgever. „Opdrachtgevers hoeven bij een Esco niet te investeren, de Esco investeert. Dit betekent dat een Esco een rekening krijgt voor de geleverde prestatie, niet alleen tijdens initiële werkzaamheden, maar ook na een aantal jaar. Want ook dan staat het leveren van prestaties, zoals energiebesparing en comfort, centraal. Juist de garanties maken een Esco financieel interessant voor opdrachtgevers.” In tegenstelling tot sommige andere Esco-bedrijven, die deel uitmaken van bijvoorbeeld een adviesbureau of een aannemersbedrijf, concentreert OVVIA zich uitsluitend op het bieden van energiebesparingsoplossingen volgens de Escoconstructie.

Een van de meest recente projecten is het plaatsen van 450 zonnepanelen op de Zonnekade in Veldhoven. Opbrengst: ongeveer 165.000 kilowattuur per jaar aan elektriciteit – dat komt neer op 30 procent besparing van het jaarverbruik van 150 gezinnen. „Het mooie van een Esco is, datwij weliswaar de benodigde investeringen moeten doen, maar die verdienen we terug dankzij de energiebesparing”, aldus Van Hout. „Vergelijk het maar met de aanschaf van een simpele spaarlamp. Die is wat duurder, maar het verbruik is minder. Dus je verdient na enige tijd de meerinvestering terug. En: er blijven lagere energiekosten over.”Blijvend voordeel dus.

Dit artikel is geschreven door Rijkert Knoppers en verschenen in het NRC Handelsblad van 4 april 2013. Het orginele persbericht kunt u hierdownloaden.